Blog

  • Leonie en Remco wilden met ouders samenwerken

    Nederland heeft een tekort aan pleeggezinnen. Om in Soest meer mensen kennis te laten maken met pleegzorg ging De Soester Courant in gesprek met Leonie Geurtsen die sinds een paar maanden pleegmoeder is.

     

    Voor Leonie Geurtsen en haar vriend Remco was alles nieuw toen zij in augustus van dit jaar pleegouders werden van een meisje van vier jaar. Niet langer waren ze met twee, maar met drie in huis, en dat was voor iedereen wennen. Leonie en Remco kozen heel bewust voor deeltijdopvang: een soort co-ouderschapsconstructie waarin de biologische moeder van het meisje nadrukkelijk betrokken blijft bij de opvoeding. ,,Die behoefte voelden wij heel sterk”, vertelt Leonie. ,,We wilden heel graag met de ouder of ouders samenwerken waar dat mogelijk is. Een ouder kent zijn of haar kind tenslotte nog altijd het beste en zal ook altijd een belangrijke rol blijven spelen in het leven van een kind.”

    Matchen is maatwerk
    Het matchen van kinderen met een passend pleeggezin is iedere keer weer maatwerk, zo ook bij Leonie en Remco. Dat zegt Marleen van Steveninck, pleegzorgbegeleider bij hulporganisatie Youké. Het bestand van pleegouders loopt niet over en het kleinste detail kan al een dealbreaker zijn. ,,Het is helaas niet zo dat we per keer vijf gezinnen hebben om uit te kiezen, en als een kind allergisch is voor katten terwijl in een beoogd gezin een kat in huis is, valt die mogelijkheid al af.” Na het vinden van een match verloopt alles rustig en stap voor stap: (pleeg)ouder(s) krijgen ruim de tijd om na te denken over de match, waarna ze tijdens een kennismaking mogen beoordelen of er een klik is. Als dat het geval is, vindt een ontmoeting plaats met het kind. Ging dat goed, dan wordt er een vervolgafspraak gemaakt met de biologische ouder(s) erbij, waarna een wenschema wordt gemaakt.”

    Wennen aan een nieuwe omgeving
    Het pleegkind van Leonie en Remco slaapt, na langzaam opbouwen, inmiddels vijf nachten per week aaneengesloten bij hen. Tweeënhalve dag is ze bij haar biologische moeder. ,,In het begin was het enorm wennen voor ons allemaal”, zegt Leonie. ,,Het meisje had veel stress door alle veranderingen. Ze moest wennen aan ons, aan haar nieuwe school, aan een nieuwe omgeving. Ze wilde eigenlijk alleen maar televisie kijken en kon niet veel aan. Toch zagen we dat ze heel erg haar best deed en dat ze het leuk wilde hebben bij ons. Voor ons was het ook heftig, en dat wisten we van tevoren ook heel goed. We voelden heel sterk dat we voor een pleegkind wilden zorgen en wisten dat we er helemaal klaar voor waren, maar realiseerden ons ook dat het echt niet altijd leuk zou zijn. Ineens waren we opvoeders. We willen het zo graag goed doen, maar kijken elkaar ook regelmatig aan: wat moeten we nu met deze situatie? Zo kan ze tijdens het eten ineens met haar lepel gooien of onder tafel gaan zitten. Dan is het heel belangrijk om samen te herleiden waar dat door komt: is er iets gebeurd dat ze spannend of eng vond? Gelukkig hebben we heel veel lieve mensen om ons heen aan wie we raad kunnen vragen, en onze pleegzorgbegeleider is altijd bereikbaar. Die bel vaak voor vragen.”

    Inmiddels gaat het heel goed in hun gezin, vervolgt Leonie: ,,We zien nu echt een energiek meisje dat gezond oogt, plezier heeft, tot rust is gekomen, goed slaapt en heel graag naar school gaat. Ook voor haar biologische moeder is deze structuur heel fijn. Doordat het meisje het grootste deel van de week bij ons is, heeft moeder meer rust en kan zij er die tweeënhalve dag écht zijn voor haar dochter. We hebben veel contact met haar: zij brengt haar dochter iedere woensdag zelf naar ons en laat daarmee aan het meisje ook zien dat mama het fijn vindt dat zij hier haar tweede thuis heeft. Tussendoor bellen we regelmatig met moeder voor vragen en we hebben samen een appgroep. Moeder krijgt zelf professionele opvoedondersteuning.”

    Vragen en betrokkenheid
    Behalve de deeltijdvorm waar Leonie en Remco voor kozen, kunnen pleegouders ook kiezen voor voltijdpleegzorg, crisisopvang in acute situaties of flexibele opvang in vakanties en weekenden. Pleegzorgbegeleider Van Steveninck: ,,Alle pleegouders krijgen een uitgebreide vragenlijst waarop ze kunnen invullen wat ze wel en niet aankunnen. Dat is belangrijk: wanneer je binnen de familie bijvoorbeeld te maken hebt gehad met verslavingsproblematiek, kan het lastig zijn om zulke problemen ook te treffen bij een biologische ouder. Ook kan het zijn dat agressie of drukte bij een kind triggers zijn.” Pleegzorgbegeleiding blijft continu betrokken bij het pleeggezin, vervolgt Van Steveninck: ,,Ieder gezin krijgt een vaste pleegzorgmedewerker toegewezen die een ondersteunende rol heeft voor zowel pleegouders als biologische ouders.”

    Voor Leonie en Remco is het fijn dat ze aan hun pleegzorgbegeleider vragen kunnen stellen, maar ook regelmatig even bevestiging krijgen: ,,We leggen dan even iets voor en horen dat we het goed hebben aangepakt. Dat is fijn. En natuurlijk: er gaan nog heel veel dingen komen waar we tegenaan zullen lopen, maar dat is oké. Dat pakken we dan ook samen aan. Voor ons, het meisje en haar moeder is het heel mooi om te zien dat ze al zoveel gegroeid is en zelfvertrouwen heeft gekregen. Ze voelt zich thuis, trekt zelf de laatjes van de keuken open en pakt uit zichzelf wat ze nodig heeft. Dat betekent dat wij iets goed hebben gedaan in die korte tijd, en dat geeft vertrouwen.”

    Copyright – Soester Courant.nl
    Yara Hooglugt

  • Pleegouders Aliye en Mustafa bieden kinderen veilige plek

    “Culturele verschillen zorgen voor mooie situaties”

     

    Aliye Koc-Bagci en Mustafa Koc wonen in Hilversum met hun biologische dochter van 23. Hun zoon is net het huis uit. Sinds een jaar of vijf zijn Aliye en Mustafa crisis-pleegouders voor kinderen die per direct een tijdelijke woonplek nodig hebben. Het balletje ging rollen toen Aliye een oproep in de krant las: ‘Moslim pleegouders gezocht’. “Je kunt mekkeren over dat er geen geschikte opvang is voor kinderen in nood, maar dan moet je er ook wat aan doen,” vond ze. Het gezin voegde de daad bij het woord. Ze maken sindsdien ruimte in huis en hart om kinderen die met spoed een veilige plek nodig hebben, tijdelijk op te vangen.

    “In het krantenartikel riep Youké destijds specifiek moslimgezinnen op om pleegzorg te overwegen en dat was voor mij de trigger om te reageren,” zegt Aliye. “Maar als ik nu terugkijk, herinner ik me maar één pleegkind met een islamitische achtergrond. Alle anderen hadden een andere of geen geloofsovertuiging. De verschillen leveren vaak leuke situaties op. Het brengt gesprekken op gang en breekt het ijs. We leggen bijvoorbeeld uit dat wij bidden en het kind deelt zijn of haar eigen gebruiken. Een kind brengt zijn of haar bijbel mee of gaat bij wijze van spelletje meedoen met het bidden. We hadden een keer een kindje in huis dat ’s avonds in bed bang was. ‘Wil je bij mij op de kamer bidden?’ vroeg het kind. Dat deed ik en het kind viel heel rustig in slaap.”

    Met z’n allen
    Voor Aliye en Mustafa maakt het dus niet uit welke achtergrond een kind heeft waar ze voor gebeld worden: “Een kind in nood heeft hulp nodig, punt uit.” Het laat zien hoe toegewijd dit gezin is in hun rol als pleeggezin. “We doen dit met z’n allen: toen we vijf jaar geleden begonnen, deden we het samen met onze zoon en dochter en intussen – nu onze zoon het huis uit is – met onze dochter. De kinderen stonden meteen achter het idee om dit te gaan doen. Iedereen heeft zijn eigen rol. Onze zoon kan heel goed met kinderen communiceren. Mijn dochter is het zorgzame type die graag samen dingen onderneemt. Mijn man is de zachte vader waar kinderen kunnen uithuilen of een knuffel kunnen halen. En zelf ben ik van de regels en de structuur.”

    Geen overhaaste beslissingen
    Deze taakverdeling ontstond tijdens de eerste crisisopvang voor het gezin Koc. “Die eerste keer was ontzettend spannend. Het was een heel heftige situatie, waarbij een kind van zes jaar uit huis was gehaald door de politie. Het had dag en nacht onze begeleiding nodig. We moesten samen alle zeilen bij zetten.” Na dit kindje volgden er nog meerdere plaatsingen. In principe is crisisopvang voor maximaal drie maanden, maar soms duurt het langer voordat er een permanente plek is gevonden. “Het is belangrijk dat een kind tot rust kan komen. Als het langer duurt voordat er een goede plek voor langere tijd gevonden is, doen we daar niet moeilijk over. Ik heb liever dat er goed onderzocht wordt waar het kind terecht kan voor een langere periode dan dat er overhaaste beslissingen gemaakt worden die ten koste gaan van het kind.”

    Contact met Youké
    Als pleegouders hebben Aliye en Mustafa te maken met verschillende partijen. De biologische ouders, de gemeente, docenten op school en jeugdzorgwerkers. “Bij Youké kunnen we altijd terecht met vragen of om even te overleggen. Direct na een plaatsing hebben we vaak veel telefonisch contact: even bellen om te bespreken hoe de eerste nacht is gegaan, of er bijzonderheden zijn, en wat er eventueel nog nodig is. Daarna wordt het contact minder intensief maar als er iets is, kunnen we altijd aankloppen.”

    Autorijden is een feestje
    Pleegouderschap betekent dat je een veilige plek biedt voor kinderen die dat thuis niet hebben. We laten deze kinderen voelen dat ze er mogen zijn, dat ze welkom zijn. Dat ze zichzelf én kind mogen zijn. We zien regelmatig kinderen die met ons voor de eerste keer uit eten gaan of voor wie autorijden nog iets bijzonders is. Basale dingen zijn voor hen al een feestje.”

    Koekje vragen
    Onlangs ving het gezin een jongen op die zonder ouders gevlucht was uit Syrië. “Wat je op tv ziet, kwam ineens heel dichtbij. Het kan toch niet waar zijn dat dit bestaat! Maar helaas komt het maar al te vaak voor. We hebben dit kind de veiligheid geboden die het nodig had.” Dankzij de kinderen die Aliye en haar man hebben opgevangen, is het echtpaar intussen heel ervaren. “We weten inmiddels dat alle kinderen tijd nodig hebben om uit hun schulp te kruipen. Veel van hen eten, drinken of praten in het begin niet. Bij onze eerste pleegkinderen maakten we ons daar druk over, nu weten we dat het goed komt. Als je het loslaat en probeert te ontspannen, komt vanzelf het moment dat een kind zelf om een koekje vraagt. Dat is een goed teken; het kind begint zich thuis te voelen.”

    “Onze omgeving reageert altijd heel positief op wat we doen,” vertelt Aliye. “Ze vinden het knap van ons, hebben er respect voor. Toch doen maar weinig mensen dit. Dat begrijp ik ook wel: het is een hele stap om een kind die je niet kent in je leven toe te laten en deel uit te laten maken van je gezin. Het is zwaar en heftig. Maar het is ook heel duidelijk welk verschil je maakt. Pleegouder zijn verrijkt je leven. Ik hoop dat ‘onze’ pleegkinderen later aan ons terugdenken als de veilige plek in een turbulente periode. Daar doen we het voor.”

     

  • Familie Rodenburg blikt terug op eerste maanden met pleegdochter Zyara

    “We hebben met z’n vijven een nieuwe balans gevonden”

     

    “We hebben met z’n vijven een nieuwe balans gevonden”. In september 2021 kwam Zyara bij het gezin Rodenburg in Hilversum. Moeder Laura en vader Stijn kijken twee maanden later terug op de eerste tijd als pleeggezin. Ondanks hun ruime ervaring met pleegzorg – zowel in hun volwassen leven als in hun eigen jeugd –is niet alles van tevoren te voorzien. “Pleegouder zijn vraagt om flexibiliteit. Ineens hebben we een puber in huis!”

    Laura en Stijn hebben dan twee biologische zoons, van 8 en 10 jaar. Het gezin bood in het verleden al eens tijdelijke weekendpleegzorg. Laura: “We dachten dat dat – met twee jonge kinderen en beiden een drukke baan – het maximale was wat we konden bieden. Veel pleegkinderen die een plekje zoeken, zijn jong en hebben logischerwijs veel aandacht nodig. Bij ons zouden jonge kinderen twee dagen per week naar de opvang moeten, en dat is niet wat wij verstaan onder optimaal aandacht geven.” Het stel had deze gedachtegang al eens gedeeld met Youké en dus werd vrij snel aan hen gedacht toen er een plek nodig was voor Zyara, zestien jaar oud en al heel zelfstandig. Laura en Stijn werden gebeld en reageerden positief.

    Liefde, structuur en veiligheid

    Al voordat ze aan weekendpleegzorg begonnen, volgde Laura en Stijn een training bij Youké. Samen met andere aanstaande pleegouders kregen ze tips en hoorden ze ervaringsverhalen van bestaande pleegouders. Laura: “Een soort stoomcursus over hoe je een kind opvangt, wat het betekent en wat erbij komt kijken. Dat was helpend, ook toen we kennismaakten met Zyara.” Stijn en Laura hebben ook vanuit hun eigen jeugd ervaring met pleegzorg; ze groeiden allebei op met pleegkinderen in het gezin. Hun belangrijkste drijfveer om dezelfde weg in te slaan als hun ouders deden? “We gunnen het ieder kind om in een veilig, stabiel en warm gezin op te groeien in plaats van in een opvangsituatie of in een ontwricht gezin,” legt Laura uit. Stijn vult aan: “Zyara is als kind uit huis geplaatst en bracht haar jeugd door op verschillende plekken. Ze is beter af in een gezin dat haar toekomst en perspectief biedt. Bij ons vindt ze structuur, liefde en een basis waar ze altijd op kan terugvallen.” Bovendien zagen Stijn en Laura dat hun eigen kinderen weinig uitdagingen veroorzaakten. Stijn: “Ons gezin is op de rit, alles loopt lekker. Er was duidelijk ruimte voor nog een kind.”

    Loslaten

    De eigen ervaring met pleegzorg maakte dat Stijn en Laura enigszins wisten waar ze aan begonnen. “Toch is het een heel andere ervaring om een pleegbroertje of -zusje te hebben dan om zelf aan het roer te staan van een gezin met een pleegkind,” weet Stijn. “En hoe goed we ook voorbereid werden, er zijn natuurlijk altijd dingen die je simpelweg overvallen. Een pleegkind neemt zijn of haar eigen normen en waarden mee – en bovendien vaak een grote rugzak. Je moet echt even met elkaar uitzoeken waar de nieuwe balans ligt.” Laura: “En je moet soms ook dingen loslaten. Waar we bijvoorbeeld ook aan moeten wennen is dat Zyara niet altijd drie keer per dag eet. Zyara slaat het ontbijt wel eens over en soms de lunch ook. Bij onze eigen kinderen zitten we daar strakker op, bij Zyara laten we dat iets meer gaan. Natuurlijk stellen we grenzen maar we proberen haar ook niet teveel te vermoeien met onze normen en waarden.” Stijn: “Onze jongens zijn opgegroeid met onze regels, dat is een natuurlijk proces. Zyara komt er ineens middenin. We kunnen niet van haar verwachten dat ze dingen die ze al zestien jaar op een bepaalde manier doet, ineens gaat aanpassen.”

    Leeftijdsverschil gewenst

    Het leeftijdsverschil tussen de biologisch kinderen en Zyara is groot. En dat heeft zo zijn voordelen. Stijn: “De jongens hebben vaak niet eens door als Zyara dingen wel mag of anders doet. De interesses liggen zo uiteen, dat meten met twee maten weinig protest oplevert.” Laura: “We zijn blij met het leeftijdsverschil. Sterker nog: het was een uitdrukkelijke wens en ik zou het iedereen adviseren. Je hebt minder kans op jaloezie. En we hebben niet gekozen voor pleegkinderen omdat we een speelmaatje voor onze zoons zochten. Alhoewel ik tot mijn plezier wel merk dat Zyara het heel leuk vindt om te tuttelen met haar kleine broertjes.”

    Puber in andere bubbel

    Als pleegouder word je soms flink op de proef gesteld, weten Stijn en Laura. Stijn: “Ineens hebben we een puber in huis. En ook nog eens een puber met een hele andere achtergrond. Die in een heel andere bubbel zit, met vrienden en school en alles wat ze meegemaakt heeft. Dat vraagt om incasseringsvermogen. En soms moet je even bijschakelen. Hoe zit het ook alweer met de leeftijdsgrens voor alcohol? Met onze eigen kinderen waren we nog lang niet in die fase maar door Zyara moeten we hier ineens stelling in nemen.”

    Je taak volbrengen

    Als pleegouder moet je van tevoren proberen zo goed mogelijk in te schatten of je je taak kunt volbrengen, vindt Stijn. Een pleegzorgtraject niet afmaken, is voor een kind de zoveelste afwijzing. “Het is niet zomaar een avontuur waarbij je gaandeweg ziet of het iets voor je is. Verder moet je flexibel zijn en moet je je ook voorbereiden op teleurstellingen.”

    Fijne bevestiging

    De juiste begeleiding helpt je zeker op weg, vindt het stel. Laura: “Niet alleen de trainingen van Youké maar ook de persoonlijke begeleiding van Cindy is super. Ze kent Zyara langer dan wij. We bellen haar regelmatig om even te toetsen of we het juiste doen. Of als we even tegen iets aan lopen. Haar bevestiging is heel fijn en sterkt ons. We staan er niet alleen voor!”

    Geen walk in the park

    Laura: “Ik ben heel blij dat Zyara er is. De jongens reageren ook heel goed. Ze hebben er een grote zus bij. Het was in het begin even wennen voor ze; Zyara gaat grotendeels haar eigen gang en dat is nieuw voor ze. ‘Is Zyara er?’. ‘Eet ze vanavond hier?’. Maar intussen is het gewoon een onvoldongen feit dat ze bij ons woont. Gisteren vierden we Sinterklaas en ik zag haar stralen bij alle gezelligheid. Ze past er heel goed bij. En ik ben trots op haar. Zo regelde ze laatst zelf een baantje bij de AH.” Stijn: “Het is eigenlijk precies zoals we verwachtten: geen walk in the park maar zeker heel mooi.”

    De kleine dingen

    Stijn en Laura raden niet zomaar iedereen aan om pleegouder te worden. “Natuurlijk: er zijn te weinig pleeggezinnen en te veel kinderen die een veilige plek zoeken. Maar je moet het alléén doen met de juiste motivatie. Je moet het primair doen voor het kind en niet voor jezelf. Ik zie te vaak mensen die zingeving zoeken en dan denken aan pleegzorg. Dat vind ik niet de juiste drijfveer.” Voor wie er wel aan begint, hebben Stijn en Laura nog wat tips. Laura: “Verwacht niet dat je pleegkind je dankbaar is. Voor een kind is het gewoon een recht dat het twee stabiele opvoeders heeft. Start eens met weekendpleegzorg om te proeven hoe het is. En heb vooral niet te veel verwachtingen; het succes van je pleegouderschap zit ‘m vaak in de kleine dingen.”

  • Iedereen schuift aan

    Pleegzorg bij de familie Galema

    Bij de familie Galema schuiven eigen kinderen en pleegkinderen aan “Soms plannen we bewust even tijd met het eigen gezin”

    Marieke en Dirk Galema wonen samen met Marieke’s zoon Stefan. Broer Robert is het huis al uit en woont in Leiden. We spreken de vier via videobellen; Marieke, Dirk en Stefan samen met de pleegkinderen boven op bed, Robert vanuit zijn eigen woonruimte. Zelfs digitaal is de warmte in dit gezin te voelen. Het feit dat Marieke en Dirk pleegkinderen in huis hebben – ook al toen beide jongens nog thuis woonden – heeft de band tussen de gezinsleden alleen maar sterker gemaakt. “Hoewel het vooral heel mooi is, is het soms ook pittig. Alle respect dus voor Marieke en Dirk!”

    Het is alweer dertien jaar geleden dat het gezin Galema begon met pleegzorg. “De aanleiding kwam uit onze nabije omgeving,” vertelt Marieke. “We werden gevraagd om binnen de familie een kind op te vangen. We zagen ervan af maar het zette ons wel aan het denken. Over dat er vast meer kinderen waren die een plekje zochten. Over dat we het zo goed hadden, en waarom dat niet delen met een kind dat het minder getroffen heeft.” Dirk vult aan: “We hadden destijds ook letterlijk de ruimte: mijn eigen kinderen waren grotendeels de deur uit, Marieke’s oudste ook. Samen hadden we geen kinderen.” Van het een kwam het ander en het duurde niet lang voordat er een meisje van vier bij Marieke en Dirk geplaatst werd. Na verloop van tijd kon zij terug naar haar moeder. Marieke: “Daarna kwamen onze huidige pleegkinderen van twaalf en dertien jaar in beeld.”

    Robert en Stefan, hoe zijn jullie betrokken bij de keuze voor pleegzorg?

    Stefan: “Mama en Dirk vroegen of we ervoor open stonden. Ik was nog best jong, vond het wel prima. Het was toen nog vrij abstract. Pas toen het zover was, werd het concreet.”

    Robert: “Het voelde voor mij niet als een enorme inbreuk op ons gezin. We waren toch al niet het meest conventionele gezin; we waren best vaak verhuisd, mama ging samenwonen met Dirk. We hebben een fijne kindertijd gehad maar het was soms ook wat chaotisch. Ook zonder pleegkinderen. Ik vond het dus bij ons gezin passen dat we dit gingen doen. We hadden een goed leven, dit konden we erbij hebben. Ik vond het vooral een heel mooie keuze. We konden echt een verschil maken voor deze kinderen en ze uit een onrustige en onveilige thuissituatie halen.”

    En hoe was het voor jullie toen het eenmaal zover was?

    Robert: “We hebben echt iets met ze opgebouwd. Een van de twee is een paar keer bij mij in Leiden geweest. En toen ik nog thuis woonde, zag ik ons ook echt al gezin. Maar er waren – en zijn – ook uitdagingen. Een pleegkind zorgde al vrij snel na de plaatsing voor uitdagingen. Dat is ook nu nog het geval. Dat is heftig voor ons allemaal. Vooral toen ik het huis uit was, merkte ik welke wissel het trok op Marieke, Dirk en Stefan. Met wat afstand zag ik nog beter hoe het er thuis aan toe ging. Ik vond het wel eens lastig dat er geen rust was om even bij te praten als ik een weekend thuis was. Maar ik vond het vooral pittig voor mama en Dirk.”

    Stefan: “Ik heb er thuis meer van meegekregen. En ik vind het net als Robert lastig om te zien wat dat met mama doet. Toch ben ik nooit uit het oog verloren hoe belangrijk het is dat we deze kinderen een veilige plek kunnen bieden. En je leert ermee omgaan. Inmiddels ben ik degene die ons pleegkind bijvoorbeeld met een grapje weer op de goede weg krijgt.”

    Hoe hebben jullie ruimte gegeven aan jullie eigen kinderen?

    Marieke: “We hebben altijd gezegd dat als pleegzorg te veel impact zou hebben op onze eigen kinderen, we ermee zouden stoppen. Gaandeweg merk ik dat we de grenzen iets hebben verlegd. Het voelt soms als een dilemma. Toen de jongens kleiner waren, hebben we altijd veel tijd besteed aan uitleggen waar bepaald gedrag vandaan komt. Om begrip te kweken. Ook regelden we eens in de paar maanden dat de pleegkinderen er even niet waren zodat we even met zijn vieren konden zijn. En laatst zijn we met zijn viertjes in Parijs geweest.” Daar wil Robert graag op inhaken: “Ik heb nooit ervaren dat mama geen tijd voor ons had, ze heeft het altijd heel goed gedaan!”

    Waar moeten aankomende pleegouders die ook eigen kinderen hebben op letten?

    Dirk: “Als pleegouder ga je voor het kind van een iemand anders zorgen. Vaak een kind met een rugzakje. Je moet realistisch zijn en bedenken dat een pleegkind altijd op een bepaalde manier impact gaat hebben op je gezin. Dat kun je niet van tevoren weten of met een training leren.”

    Marieke: “Pleegzorg is prachtig én betekent: kiezen voor het onbekende.”

    Robert en Stefan, zijn jullie trots op Marieke en Dirk en op jullie gezin?

    Stefan: “Ik heb alleen nog maar meer respect voor ze gekregen. We hebben elkaar ook echt beter leren kennen en zijn hechter geworden.”

    Robert: “Het pleegouderschap haalt de mooiste eigenschap in hun beiden naar boven. Ze hebben altijd plek in hun hart en huis voor andere mensen, staan altijd klaar voor anderen.”

  • Kerst is een familiefeest met een bijzondere plus

    “We vieren feest met ons gezin én met Fenna’s biologische familie”

     

    Hoewel de feestdagen vooral bestaan uit genieten van lekker eten en van elkaar voor het gezin De Vos zélf, spelen ook de biologische ouders van pleegkinderen Diego (13) en Fenna (10) een rol in de gezelligheid. Ieder op een eigen manier. Zo schuiven de kinderen samen met pleegouders Thomas en Laura op kerstavond aan bij de rijk gevulde tafel van Fenna’s biologische oma. “We zijn een soort familie van elkaar geworden.”

    Even voorstellen: Thomas en Laura de Vos hebben twee pleegkinderen. Diego woonde al bij het stel nog voor hij één jaar werd, Fenna was bijna drie toen ze in het gezin kwam. Thomas en Laura worden al vanaf het begin vanuit Youké begeleid door Cindy.  Thomas: “We volgden verschillende trainingen van Youké om een goede start te maken als pleegouder en dat hielp toen het eenmaal zover was.”

    Antillen en Almere

    Diego’s biologische familie woont op de Nederlandse Antillen; hij heeft daar intussen zes biologische broers en zussen. “In 2016 hebben we zijn familie bezocht en drie jaar later gingen we nog een keer. Sinds die bezoeken hebben we regelmatig contact, meestal via WhatsApp.” De biologische familie van Fenna zit dichterbij; haar moeder en oma wonen in Almere. Fenna woonde als baby en dreumes bij haar oudtante. Toen zij te oud werd om voor Fenna te zorgen en moeder aangaf dat zij de zorg niet aan kon, werd uitgekeken naar een pleeggezin. “De familie had goed voor ogen waar een toekomstig pleeggezin aan moest voldoen,” vertelt Thomas. “We hebben als het ware gesolliciteerd bij Fenna’s familie. Dat geeft meteen aan hoe betrokken zij waren – en nog altijd zijn. Oma is de stabiele factor in de familie en ons contact met haar en moeder is heel goed. We zijn echt een beetje familie van elkaar geworden.”

    Iedereen welkom

    Die familieband is goed zichtbaar bij feestelijkheden en tijdens de feestdagen. “We zaten op de eerste rij bij de bruiloft van Fenna’s oma en haar nieuwe man. En op kerstavond schuiven we aan bij haar rijk gevulde eettafel. Elke vier weken logeert Fenna bij haar oma en moeder. Diego is daar net zo welkom als Fenna; oma ziet hem als een van haar kleinkinderen. Als kind vond hij dat vooral heel fijn maar toen hij ouder werd, werd hij zich wel bewuster van het feit dat hij deze band met zijn biologische familie niet had. Dat is soms lastig. Gelukkig is er wel altijd even contact met de Antillen rondom kerst; we sturen berichtjes met kerstwensen naar elkaar.”

    Gezinsfeest

    Die kerstavond bij Fenna’s oma is een traditie geworden maar de rest van de kerst is hélemaal voor het gezin De Vos zelf. “De moeder van Laura komt eerste kerstdag, tweede kerstdag gaan we meestal naar mijn familie,” vertelt Thomas. “Met Sinterklaas gaat het weer anders; drie keer Sinterklaas vieren vinden we niet echt een goed idee. We proberen dat dus te beperken door het alleen met ons eigen gezin te vieren.”

    Oud en nieuw bij vader

    Er verandert ook wel eens iets in de bijzondere familiestructuur. Thomas: “De in het begin moeizame verstandhouding met Fenna’s vader wordt steeds beter. Sinds een tijdje logeert ze ook eens per vier weken bij hem. Ze hebben elkaar beter leren kennen en we kijken nu zelfs of ze dit jaar met oud en nieuw bij hem kan zijn.” Thomas, Laura en de kinderen zijn heel blij met de manier waarop ze de feestdagen inrichten. “Het is goed, het werkt en we zijn er allemaal aan gewend. Het vertrekpunt ligt altijd bij ons eigen gezin. Kerst is óns familiefeest maar om ons heen zit een hele warme en waardevolle schil met families waar het ook gevierd wordt.”

    Uniek gezin

    “De feestdagen betekenen voor ons gezin precies hetzelfde als voor de meeste andere gezinnen,” zegt Thomas tot slot. “Tijd voor elkaar, genieten van lekker eten en van samen zijn. Wij staan tijdens deze bijzondere dagen wel altijd extra stil bij het unieke van ons gezin. Onze families zijn zo breed vertakt dat we in feite maar een klein stipje in een heel groot geheel zijn. Als ik het zou uittekenen, heb ik een rol behang nodig!”

  • Romy (17) woont al zeven jaar bij haar grootouders “Mijn opa en oma gaven me de rust en focus die ik thuis niet vond”

    Romy (17) woont al zeven jaar bij haar grootouders “Mijn opa en oma gaven me de rust en focus die ik thuis niet vond”

    Nadat ze op haar 5de uit huis geplaatst werd en het ook bij alleen haar vader thuis niet ging, verhuisde ze van pleeggezin naar pleeggezin. Ze maakte een tussenstop bij haar grootouders van vaders kant maar toen oma overleed, kwam ze opnieuw in een pleeggezin terecht. Totdat haar andere opa en oma aangaven dat ze bij hen welkom was. Romy was toen 10 jaar. Inmiddels heeft ze haar draai gevonden bij wat haar pleeggrootouders werden. Ze hadden een ruwe start maar met wat hulp én tijd hebben ze een goede modus gevonden. “Ik moest erop leren vertrouwen dat ik niet wéér weg moest.”

    Romy woont in Hilversum met haar opa en oma en hondjes Max en Milo. Ze gaat in diezelfde plaats naar het ROC. Daar volgt ze de BOL-opleiding tot Pedagogisch Medewerker Niveau 3. “Het lijkt me ontzettend leuk om met kinderen te werken en ze te helpen bij hun ontwikkeling.” Zelf had Romy een onveilige jeugd, als enig kind van ouders die niet bij machte waren rust te bieden. “Ik had gewild dat ik een broer of zus had die mij had kunnen beschermen tegen wat er allemaal aan de hand was. Mijn oudere broer overleed bij zijn geboorte. Tegen de tijd dat ik bij mijn pleeggrootouders terechtkwam, was ik beschadigd en kwam ik vaak tegen ze in opstand. Ik voelde me onbegrepen.”

    Van grootouder naar opvoeder

    Opa en oma wisten in het begin niet goed hoe daarmee om te gaan. Als netwerkpleeggezin moesten zij ineens de rol van opvoeder gaan vervullen. De Triple P cursus bij Youké* bood handvatten. “Langzaamaan kregen we vertrouwen in elkaar en begonnen we elkaar te begrijpen. Natuurlijk is er nog steeds wel eens ruzie. Maar ik kom minder in opstand en zij zijn minder streng. Ik zie mijn moeder nu regelmatig. Dat was eerst wel eens verwarrend; ik zág haar wel maar opa en oma waren mijn opvoeders. Waarom kon het niet zijn zoals bij andere kinderen, vroeg ik me vaak af. Nu is er meer balans en duidelijkheid. Ik ga bij mijn moeder thuis op bezoek of ze eet hier mee. Soms, als ik ruzie heb met opa en oma, bel ik haar even. Ik kan niet zomaar op haar stoep staan maar even appen of bellen is ook al fijn. Ondanks dat ik niet bij haar woon, houd ik veel van haar.”

    IJsjes eten

    “Mijn opa en oma hebben me de rust, veiligheid en focus geboden die ik nodig had en thuis niet kreeg,” gaat Romy verder. “Vooral toen ik klein was deden ze er alles aan om het samen leuk te maken. We gingen nét iets vaker dan andere kinderen een ijsje halen of naar een pretpark. Ik was klein en had leuke dingen nodig. Ik heb nu mijn eigen leven opgebouwd maar we ondernemen nog steeds veel samen.

    Afsluiten en vooruitkijken

    Voor Romy’s vrienden en vriendinnen is haar gezinssituatie heel normaal. “Ze weten niet beter. Mijn vriendinnen weten niet alle details over mijn jeugd. Ik heb geen zin dat steeds weer op te rakelen. In mijn vorige klas heb ik een keer een presentatie gegeven over wat er allemaal is gebeurd maar nu wil ik het achter me laten en afsluiten. Ik wil niet voor altijd het meisje blijven dat het zwaar had en beschadigd was. Liever kijk ik naar de toekomst! Ik wil mijn studie afmaken en werk vinden waarmee ik mezelf goed kan onderhouden. En dan wil ik wel een keer op mezelf gaan wonen, alleen of met een vriendin. Oma vindt dat idee nog wel een beetje spannend hoor, ze voelt zich echt als een moeder voor me.”

    Veel betekenen

    Voor wie overweegt pleegouder te worden heeft Romy een dringend advies. “Kijk bij een kennismaking met een pleegkind niet alleen naar de buitenkant en ga niet af op je eerste indruk. Een pleegkind heeft zoveel doorgemaakt en is misschien al een paar keer afgewezen. Je kunt je niet indenken hoe dat is. Dat kan een eerste ontmoeting echt beïnvloeden. Neem de tijd elkaar goed te leren kennen en zoek of er een match kan ontstaan. Als die er komt, dan kun je ontzettend veel betekenen voor een kind. Kijk maar naar mij!”

     

     

    *De naam ‘Triple P’ staat voor ‘Positive Parenting Program’ en is een methode voor opvoedingsondersteuning voor ouders met kinderen van 0 tot 16 jaar. Triple P is een laagdrempelig, integraal programma met als doel emotionele en gedragsproblemen bij kinderen te voorkomen door het aanleren van opvoedvaardigheden.

  • Crisisopvang, rust en liefde voor een kind in roerige tijden

    Nadat we ongeveer 5 maanden aangemeld stonden bij Youké voor crisisopvang, kregen we op een dinsdagmiddag rond twee uur de vraag of we nog dezelfde avond een meisje van zes konden opvangen. Ze was thuis niet veilig. Het zou gaan om een geheime crisisplaatsing. Even twijfelde ik omdat mijn man op dat moment op reis was. Maar samen met onze dochters (13 en 9) hebben we besloten om ervoor te gaan. Het was een bijzonder gevoel. Je wilt alles zo goed mogelijk doen en wilt dat dit meisje zich welkom voelt. Het is al zo’n moeilijke ervaring voor een kind; ‘zo maar’ bij een wildvreemd gezin gebracht worden en daar achter blijven zonder ook maar iets vertrouwds.

    Daar was ze

    Binnen een paar uur hadden mijn dochters en ik een gezellig kamertje gemaakt. Rond half acht werd Faya* gebracht door de voogd. Daar stond ze; een lief, klein meisje dat me met haar grote bruine ogen aankeek. Het enige wat ze bij zich had was een rugzakje met een leeg broodtrommeltje. Ik vond het bijzonder om te ervaren dat ik me vanaf dat moment gelijk erg verantwoordelijk voor haar voelde en de behoefte had om haar, samen met het gezin, zoveel mogelijk liefde en zorg te geven.

    Steeds een beetje beter

    De eerste twee weken waren roerig en soms stressvol. De pleegzorgbegeleider van Youké heeft ons erg geholpen in de moeilijkere perioden. Zij was aanwezig toen Faya werd afgeleverd waardoor we meteen goede afspraken konden maken. Als we er even niet uitkwamen konden we haar altijd bellen en ze bood altijd een luisterend oor. Ze had vaak goede tips en heeft ons goed begeleid. Soms was het ook fijn om gewoon even je ei kwijt te kunnen aan haar. Na de eerste twee weken ging het elke dag een beetje beter. De voogd had aan Faya de situatie uitgelegd waardoor ze zich minder tegen me af zette. Ik kan me nog goed herinneren dat ik de kamer binnen kwam en haar zag dansen en meezingen met Kinderen voor Kinderen. Ik wist toen, hier doen we het voor. Zo’n moment maakt alle moeilijke momenten in een keer goed. Ik vond het ook erg bijzonder om te zien hoe mijn eigen kinderen met de situatie om gingen. Mijn oudste dochter las haar vaak voor en hielp haar met kleertjes uitzoeken en mijn jongste leerde haar kaartspelletjes. Mijn man, waar ze aanvankelijk niks van wilde weten, deed balletdansjes voor haar waar ze hard om moest lachen. Na negen weken werd duidelijk dat Faya naar huis ging.  Ze kon langer bij ons blijven (crisisopvang is zolang als nodig is) maar de situatie was inmiddels zo dat ze weer bij haar moeder kon wonen. Wij hadden haar moeder inmiddels een paar keer ontmoet en er gelukkig een goed gevoel bij dat ze weer terug ging.  Het afscheid ging geleidelijk. En ook nu, vier maanden later, komt Faya nog wel eens een kopje thee drinken met haar moeder. We zien dat het goed met ze gaat.

  • Zorgen voor een getraumatiseerd kind

    De zorg voor een pleegkind die korte of langere tijd onder traumatische omstandigheden heeft geleefd vraagt extra vaardigheden van de pleegouder. Pleegmoeder Yvonne nam deel aan de training Zorgen voor een getraumatiseerd kind.

    Oefenen op je eigen thuissituatie

    In de training ben ik meer te weten gekomen omtrent de theorie vanuit een Amerikaanse invalshoek. De manier waarop de theorie aan de orde kwam is heel herkenbaar. Ik deed steeds oefeningen waardoor ik alles toe kon passen op mijn eigen thuissituatie. Het feit dat ik acht weken lang met het onderwerp trauma bezig ben, maakt dat ik bewuster stilsta bij de theorie in de praktijk van alledag. Je bekijkt alles weer eens goed. Dat is voor mij ook zeker een meerwaarde. Er is veel ruimte voor het uitwisselen van persoonlijke ervaringen in de groep. Al gauw werden we hierdoor een hechte groep waarin best veel gedeeld kon worden. Het feit dat andere pleegouders tegen dezelfde zaken aan lopen, maakt dat je erkenning voelt en tips aan elkaar kunt geven. We hebben dus ook veel van elkaar opgestoken.

    Afwisselende leerstof

    De afwisseling in de leerstof was ook prettig. De trainers Pinie (gedragsdeskundige) en Robert (pleegzorgbegeleider) hadden goed oog voor hoofd en bijzaken en pasten meerdere keren de inhoud van de les aan, omdat er andere discussies ontstonden die ook waardevol waren. Steeds deden ze dat in overleg met ons. In de evaluatie bleek dat iedereen van onze groep de training als positief ervaren heeft. Kortom, deze training is zeker warm aan te bevelen!

    Schrijf je ook in

    In september start weer een training Zorgen voor een getraumatiseerd kind in Hilversum en Utrecht. Bespreek met je pleegzorgbegeleider of het ook iets voor jouw pleeggezin is en schrijf je in. Heb je een vraag voor de trainers? Mail dan naar pleegzorg@youke.nl.

  • Pleegzorg: geen gedoe

    Een collega vroeg me laatst of ik haar iets wilde vertellen over pleegzorg. Ze wilde weten of het iets voor haar was. Uiteraard wilde ik dat doen, maar wat moest ik haar vertellen? Je hebt een kind in huis, tsja, een kind dat in een ander gezin geboren is en dat een andere start in het leven maakte dan je eigen kind. Wat ik vaak hoor is dat het hebben van een pleegkind vast veel voeten in de aarde heeft. “Ik zou het wel willen hoor, maar het lijkt me zo’n gedoe.” Dat is dan de reden om zich verder niet meer te verdiepen in pleegzorg.

    Ik zou het wel willen hoor, maar het lijkt me zo’n gedoe.

    Weer opnieuw beginnen

    Ons pleegkind was bijna twee toen hij bij ons kwam wonen. Toen de pleegouders van het tijdelijke pleeggezin hem een knuffel en een kus gaven en wegreden, moest hij ontzettend hard huilen. En ik van binnen ook. Weer een andere plek. Een andere kamer, andere mensen om je heen. Wat hij bij zich had paste makkelijk in twee weekendtassen; een doos met foto’s, wat speelgoed, kleren en een CD met zijn favoriete liedjes. Een handvol dingen die vertrouwd voelden in een nieuwe vreemde wereld.

    In het begin kwam de pleegzorgwerker regelmatig even langs om ons te helpen en dingen uit te leggen. Bijvoorbeeld hoe we onze aandacht kunnen verdelen tussen ons eigen kind – twee jaar ouder – en onze nieuweling. Waar we hem het meest mee helpen en waarmee juist niet. Veel structuur bieden was het devies. Mijn moeder begreep dat wel; rust, reinheid en regelmaat. Niks nieuws onder de zon.

    Van die weekendtassen is nog maar weinig over. De foto’s, het CD-tje en de slaapzak waar hij als baby in geslapen heeft, zijn er nog steeds. Toen de slaapzak te klein werd om in te slapen, werd het een soort cape. En nu is het zijn knuffel. “Als ik ooit begraven wordt, dan moet ie mee in de kist”, zei hij een keer. Zijn band met vroeger, zijn oorsprong, blijft hiermee heel tastbaar. Is dat gedoe? Ik vind van niet.

    Voldoening

    Ik voel me heel rijk dat ik een steentje bij mag dragen aan de opbouw van een normaal leven, in een normaal gezin. Dat ik mag zien hoe hij zich ontplooit van een voorzichtig en verlegen ventje naar een levendig jongetje dat midden in het leven staat. Dat ik mee mag maken hoe het contact met zijn eigen ouders zich ontwikkelt, dat afstand de liefde tussen ouder en kind niet in de weg staat.

    Iedere verandering in het leven heeft gevolgen voor wat je kende en wat vertrouwd was. Maar het meeste “gedoe” heeft ons pleegkind zelf meegemaakt. Hij moest alles achterlaten en met alleen de twee weekendtassen opnieuw beginnen. Ik geef het je te doen. Daarbij vallen de veranderingen in ons gezin volledig in het niet. Niks gedoe!

     

  • Gehoopt en anders gekregen

    Tischa en haar partner Koen zijn sinds 3 jaar pleegouders. Ze doen crisisopvang, weekendpleegzorg en ze hebben een pleegdochter die na haar 18e bij het gezin is gebleven. Samen met zoontje Dim van 5 genieten ze van hun steeds weer bijzondere gezinswisselingen.

    Het krijgen van kinderen ging inderdaad niet makkelijk. Niet makkelijk werd na een tijd moeilijk. Behandelingen, miskraam, uithuilen en opnieuw beginnen. En ja, ineens, toen we er al niet meer op durfden te hopen, was het zover. Een klein mannetje in mijn buik. Dim was een feit en gelukkig ging het dit keer goed. Een cadeautje. Zo blij en de hoop op dat grotere gezellige gezin en die volle tafels met kerst kwam weer boven.

    Zou het dan toch nog? Nee. Na nog een miskraam vonden we het mooi geweest. Tel je zegeningen en geniet van wat er wel is. Al is het niet altijd makkelijk, want nog steeds voel ik zo nu en dan pijn als ik mijn mannetje alleen zie spelen en ik hem hoor vragen waarom hij geen zusje of broertje heeft. Ik had het zo anders gehoopt.

    Een andere invulling

    Daarom kozen we een aantal jaren terug voor het pleegouderschap. Dat is nu ons bijzondere en gezellige gezin geworden. Met zo nu en dan een crisiskind(je), onze inmiddels grote, uit huis wonende pleegdochter die in de weekenden binnenvalt en ons weekendpleegkindje. Onze wens om meerdere kinderen in ons gezin te mogen zien opgroeien, heeft op deze manier een bijzondere en waardevolle invulling gekregen. Een andere wens van mij ook, die ik al heb vanaf dat ik jong was: kinderen helpen die het echt nodig hebben, want daar zijn er helaas zoveel van.

    Mooi

    En Dim? Die vindt het allemaal heel gezellig en speelt en kibbelt erop los. We genieten er ook van wanneer we tussendoor weer even lekker met z’n drieën zijn. Ook mooi en heel fijn. Wij zijn er blij mee met hoe het nu gaat. Anders bedacht, maar zo mooi geworden! En wie weet wat voor moois het nog gaat brengen in de toekomst.